daling rendement

De CFO, meer en meer een belangrijke stakeholder in het kader van groepsverzekeringen

Voor bedrijven zijn in deze tijden van War for Talent een goede verloning en competitieve extralegale voordelen uiterst belangrijke troeven in de aanwerving van personeel maar misschien nog meer…. om talent aan boord te houden.

Meer en meer zijn werknemers zich, terecht, bewust van het feit dat ze een tweede pensioenpijler moeten opbouwen als ze na hun pensioen hun levensstandaard op peil willen houden.
De persoonlijke informatie die iedere burger, sinds eind 2016, via de website van de overheid www.mypension.be kan inwinnen is voor velen erg confronterend en toont overduidelijk aan dat een aanvulling onontbeerlijk is. Heel wat bedrijven begrijpen die bekommernis, gaan de rol van 'caring employer' opnemen en willen hun werknemers dan ook beschermen via een bijkomende groepsverzekering.
Tot voor kort was een groepsverzekering een zuivere “HR” aangelegenheid. Maar nu wordt de financieel directeur of CFO van het bedrijf meer en meer betrokken.

Hoe komt dit?

Het financieel risico dat gepaard gaat met de groepsverzekering valt in het aanhoudende klimaat van lage rentes namelijk niet te onderschatten. Bijkomend kunnen we stellen dat de wijzigende wetgeving, structurele factoren zoals de gegarandeerde interestvoeten maar ook de loonnorm het extra moeilijk maken.
Tot op heden domineren tak 21-groepsverzekeringen nog steeds de Belgische markt omdat de werkgever met dergelijk product een resultaatsverbintenis met de pensioeninstelling aangaat. Volgens Assuralia  is meer dan 95% van de groepsverzekeringen, beheerd door een groepsverzekeraar , een tak 21-verzekering. Naast behoud van inleg, waarborgt een tak 21-groepsverzekering een bepaald rendement, alsook een eventuele winstdeelname. Het spreekt voor zich dat wanneer een tak 21-verzekering een gegarandeerd rendement biedt van 4 tot 5%, het financiële risico voor de werkgever zeer klein is. Het bijkomende fiscale voordeel  maakt dit nog extra aantrekkelijk. Met het onderschrijven van een tak 21-product koop je een bepaalde zekerheid.
Wanneer er ingevolge de dalende rente echter onvoldoende rendement gegenereerd wordt om de koopkracht van het uitgestelde loon te bewaren, dan moet men zich vragen stellen bij het opzet van de groepsverzekering in een tak 21.

Hoewel deze verzekering, zoals hierboven aangehaald, vaak wordt gekozen met als doel een financieel risico te dekken, is de realiteit vandaag vaak het tegenovergestelde. Bij een tak 21-groepsverzekering wordt namelijk voor een groot deel in obligaties geïnvesteerd.
De actuele rendementen van obligaties zorgen ervoor dat de door verzekeraars gewaarborgde rendementen in een tak 21-groepsverzekering vaak heel laag zijn. De bijkomende Europese wetgeving rond Solvency-II maakt dat verzekeraars grotere buffers moeten aanleggen en hierdoor nog minder happig zijn om rendementen naar de toekomst te garanderen.
In 2016 kon men met een tak 21-groepsverzekering nog genieten van een gegarandeerd rendement tussen de 0,5 en 2%. Dankzij de winstdeelnames overschreed het totaalrendement vaak nog het variabele wettelijke minimumrendement  (1,75% sinds 01/01/2016).
Jammer genoeg ligt het gegarandeerd rendement momenteel een stuk lager, tussen de 0 en 1%. Ook de bijkomende winstdeelnames zullen naar alle waarschijnlijkheid lager zijn. Verzekeraars spreken dan ook meer en meer over een gemiddeld rendement. Hogere rendementen van het verleden bufferen de actuele uiterst lage interestvoeten. Op zich is dit geen probleem, als er snel een kentering komt en de rentes terug gevoelig stijgen.
Gezien de lage totaalrendementen die verzekeraars vandaag halen, is het betrekken van de CFO dus helemaal niet ‘out of the box-thinking’ maar bittere noodzaak. Het is namelijk de werkgever die het verschil tussen het minimumrendement (1,75%) en het behaalde rendement van de verzekeraar moet ophoesten. Met het onderschrijven van een tak 21-product “koopt men vandaag aldus een bepaalde zekerheid op bijpassen.”
Dankzij DB2P, de database voor tweede pijler pensioenen, wordt de controle op de aanvullende verzekeringen groter. Eén van de elementen, die jaarlijks wordt weergegeven op de pensioenfiche, is de onderfinanciering van het pensioenplan.
Onderfinanciering ontstaat wanneer het actuele financieringsniveau lager ligt dan de som van de verworven reserves en het minimumrendement. Verzekeraars hebben de wettelijke verplichting om de werkgever in te lichten als er tekorten zouden ontstaan, maar kunnen deze extra financiering nog niet direct opeisen. Bij pensionering of uitdiensttreding (na 5 jaar dienst) met overdracht van reserves is er echter geen ontkomen aan en moeten de tekorten onmiddellijk aangezuiverd worden. Mogelijks legt u, als werkgever, hiervoor reeds intern een provisie aan of stort u bijdragen in het financieringsfonds gelinkt aan uw groepsverzekering.

Hoe kan u, als werkgever, nu best omgaan met dit financiële risico?

Men kan afwachtend zijn en hopen dat het rendement van de obligaties weer gaat stijgen. Opgelet, dit betekent echter niet dat het rendement in de groepsverzekering zal stijgen en in dit geval zal men als werkgever mogelijks toch nog provisies moeten aanleggen of bijstorten. Indien de rendementen op obligaties weer gaan stijgen, zullen verzekeraars dit “extra-rendement” in eerste instantie gebruiken voor de reeds bestaande zware rendementsbeloftes uit het verleden. Daarnaast moeten verzekeraars voor tak 21-verzekeringen boven op 100% van de waarde van de beleggingsportefeuille nog extra kapitaal aanleggen als buffer (Solvency II). De verhoging van het rendement op obligaties zal bijgevolg substantieel moeten zijn.
Gelukkig kunnen groepsverzekeringen in tak 23 in het kader van de gestelde problematiek een goed alternatief bieden. Hoewel de werkgever hier geen resultaats- maar een middelenverbintenis aangaat, geniet de werknemer nog steeds van de wettelijke minimumwaarborg van 1,75% op zowel werkgevers- als werknemersbijdragen. Het is echter wel zo dat er in tak 23 geen kapitaalsgarantie bestaat. Het risico ligt bijgevolg opnieuw volledig bij de werkgever en situeert zich voornamelijk op korte termijn gezien de fluctuaties van de financiële markt.
Echter, de rendementen van tak 23-groepsverzekeringen zijn vergelijkbaar met die van pensioenfondsen (gemiddeld 6,83% sinds 1985 en 4,4% op de laatste tien jaar ). En bieden dus op langere termijn een groter potentieel dat de werkgever voldoende rendement zal halen. Hiermee kan men enerzijds de kans op onderfinanciering verkleinen en anderzijds de koopkracht op het uitgestelde loon bewaren. En is pensioen-opbouw globaal bekeken voor een bedrijf nu net geen investering op lange termijn?

Is rendement dan de enige reden waarom u, als werkgever, zou kiezen voor een tak 23-verzekering?

Helemaal niet!
Tak 23-producten worden door verzekeraars in dezelfde informatica-systemen beheerd als tak 21 producten. Dit betekent dat u, als klant, kan genieten van de gekende one-stop-shop dienstverlening van de verzekeraar. U hoeft bijgevolg, zoals bv. in een pensioenfonds, niet zelf te zorgen voor eigen dienstverleners, administratief beheer, herverzekering,…
Daarnaast stellen wij, als Concordia, vast dat indien een werkgever in het tak 23-verhaal stapt, de verzekeraar ook een gunstiger tarief neerlegt voor de eventuele aanvullende risico-dekkingen overlijden en gewaarborgd inkomen.
Nog een bijkomend voordeel in een tak 23-verzekering is dat men kan kiezen in welke investeringsfondsen het kapitaal wordt belegd. Een deel van dit kapitaal kan dus alsnog worden gebruikt om te beleggen in obligaties en bijgevolg het kapitaal te beschermen. Met het overige deel kan dan weer meer risico genomen worden om een beter rendement te behalen.
Last but not least, het verleden bewijst dat investeren in aandelen op lange termijn steeds rendabeler is dan investeren in obligaties. De tak 23-groepsverzekering biedt dus op wettelijk vlak geen soelaas, maar biedt alvast wel de opportuniteit te ontsnappen aan een langdurige situatie van opstapelen van tekorten alsook de kans op een voordeliger tarief in de aanvullende risico-dekkingen.
Heeft u hulp nodig bij de keuze van uw plan, alsook bij de keuze van de onderliggende  financiering? Contacteer ons!
EB Consulting Team, Concordia NV.